Steun ons en help Nederland vooruit

Publicaties

Column Jan Puts: ”Brexit, de EU en het verlangen naar gemeenschap”

Nederland is scheidend voorzitter van de EU in een roerige tijd: economische onzekerheid, vluchtelingenproblematiek en instabiele regio’s aan de randen van Europa. Dit vormt een explosieve cocktail voor nationalistische sentimenten en potentiële desintegratie van Europese samenwerking. De uitslagen van het Brexit-referendum en het Oekraïnereferendum tonen het gebrek aan vertrouwen in de overheid om problemen op te lossen.

Het vertrouwen in een overheid hangt samen met de mate waarin je je identificeert met hetgeen die overheid vertegenwoordigt. Je voelt je bijvoorbeeld Amsterdammer, Fries en/of Nederlander en daarmee onderdeel van een groter geheel. Hoewel de meeste mensen niet precies weten hoe hun overheden functioneren, geeft het gevoel van gemeenschap wel een bepaalde vertrouwensbasis. Op EU-niveau ontbreekt vaak zo’n automatisch gevoel van herkenning en vertrouwen. In plaats daarvan lijkt de EU verworden tot een unie zonder gemeenschap waarbij slechts een selecte groep ingewijden begrijpt hoe het werkt en erop vertrouwt. Dit is funest voor het draagvlak voor de EU.

Draagvlak dat wel aanwezig is, heeft niet altijd een positieve oorsprong. Een diplomaat uit Centraal-Europa legde mij eens uit waarom uit onderzoek bleek dat zijn landgenoten meer vertrouwen hadden in de EU dan in de nationale overheid. Hij vertelde mij dat het voor zijn landgenoten simpelweg ondenkbaar was dat er iets nóg corrupter kon zijn dan de eigen overheid. Dit wantrouwen is een belangrijke les voor EU-instituties. De EU kan een baken vormen van veiligheid en stabiliteit door zich te richten op grote vraagstukken en bescherming van fundamentele rechten. De EU stelt zich dan op als beschermer van EU-burgers en wint zo vertrouwen.

De EU is oorspronkelijk echter niet gevormd op basis van vertrouwen, maar op basis van wantrouwen, namelijk wantrouwen tegen Duitsland en angst voor een nieuwe oorlog. De verdere ontwikkeling van de EU heeft plaatsgevonden via rationeel-technocratische afwegingen, met afkeer van het irrationeel nationalistisch denken van de oorlog. Als de institutionele ontwikkeling van de EU dreigde spaak te lopen dan was er altijd wel weer een crisis die zorgde voor meer integratie. Door crises zagen EU-lidstaten zich namelijk keer op keer genoodzaakt om met pan-Europese oplossingen te komen voor grensoverschrijdende problemen. Recent is zo EU-bankentoezicht tot stand gekomen. EU-lidstaten gaven de EU echter pas de noodzakelijke bevoegdheden toen het al crisis was.

De leiders van lidstaten spelen sowieso een belangrijke rol bij het wantrouwen ten opzichte van EU-instituties. Dat komt omdat zij zelf deel uitmaken van het EU-besluitvormingsproces, maar niet alleen aan het roer staan. Bij goed nieuws delen zij hier dus in mee en bij lastig nieuws wordt het gebracht als iets externs. De ambivalente houding van nationale politici ten opzichte van de EU is nog op een andere manier verklaarbaar: hoe beter de EU functioneert en hoe meer vertrouwen er is in de EU, hoe minder belangrijk hun eigen rol wordt. Angela Merkel vormt een uitzondering hierop. Zij zorgde voor een dissonante toon met haar uitspraak “wir schaffen das”. Naar mijn idee ging haar uitspraak echter niet zozeer over het opnemen van vluchtelingen, maar over het probleemoplossend vermogen van politieke leiders. Dat deze problematiek EU-lidstaten overstijgt en op EU-niveau moet worden benaderd, was voor de staatsvrouw Merkel zó evident dat ze voorbijging aan het gebrek aan gemeenschapszin op EU-niveau. In plaats van te werken aan vertrouwen door probleemoplossend vermogen te tonen, versterkten politieke leiders van de EU-lidstaten nationalistische reflexen.

Voor het voortbestaan van de EU is het van wezenlijk belang dat EU-burgers centraal staan, zodat zij in hun vertrouwde gemeenschap kunnen floreren. Europese samenwerking moet daarom niet gaan om een constructie van staten, maar om de bescherming van inwoners van die staten. Hoe minder vanzelfsprekend bestaanszekerheid is, hoe meer er behoefte is aan een sterke gemeenschap.

Gepubliceerd op 25-06-2016 - Laatst gewijzigd op 22-11-2018